I.1 Cornelis DULLAART, arbeider, geboren op 26‑04‑1830 te Hillegersberg.
Gehuwd met Adriana ROGGEVEEN, geboren op 05‑02‑1836 te Delfshaven.
Uit dit huwelijk:
1. Arie DULLAART.
2. Johanna Engelina DULLAART, geboren op 18‑11‑1866 te Hillegersberg.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op 20‑01‑1892 te Hillegersberg met Frans van der VIS, 19 jaar oud, korenmolenaar >> los werkman, geboren op 12‑04‑1872 te Overschie.
Terbregge >> Hillegersberg H 30 >> Terbregge 2 >> 101 >> 5 >> Rechter Rottekade 165 >>> Molenlaan 165 (?) >> Rechter Rottekade 165 >> 18 mei 1931: Rechter Rottekade 172.
3. Adrianus DULLAART, geboren op 10‑01‑1869 te Hillegersberg.
4. Bertus DULLAART, geboren op 28‑01‑1871 te Hillegersberg.
II.1 Arie DULLAART, arbeider >> molenaar >> petroleumventer, geboren op 09‑07‑1865 te Hillegersberg.

Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 08‑02‑1889 te Hillegersberg met Johanna van OEFFELEN, 25 jaar oud, geboren op 10‑10‑1863 te Zierikzee, overleden op 26‑05‑1925 te Hillegersberg op 61-jarige leeftijd, dochter van Cornelis van OEFFELEN en Elizabeth GELUK.
Uit dit huwelijk:
1. Elizabeth Adriana (Jaan ?) DULLAART, geboren op 24‑07‑1889 te Hillegersberg.
2. Cornelis DULLAART, geboren op 01‑11‑1890 te Hillegersberg.
3. Johanna Engelina DULLAART, geboren op 06‑05‑1892 te Hillegersberg, overleden op 07‑01‑1906 te Hillegersberg op 13-jarige leeftijd.
4. Johannes Adrianus DULLAART, geboren op 12‑10‑1893 te Hillegersberg, overleden op 06‑06‑1894 te Hillegersberg, 237 dagen oud.
5. Bertus DULLAART, geboren op 21‑03‑1896 te Hillegersberg, overleden op 22‑04‑1899 te Hillegersberg op 3-jarige leeftijd.
6. Willem DULLAART, geboren op 02‑07‑1897 te Hillegersberg, overleden op 28‑12‑1898 te Hillegersberg op 1-jarige leeftijd.
7. Bertus Willem DULLAART, timmerman, geboren op 01‑06‑1899 te Hillegersberg.
Gehuwd op 20-jarige leeftijd op 01‑04‑1920 te Hillegersberg, gescheiden na 27 jaar op 14‑04‑1947 van Nel VERMEIJS.
8. Elizabeth Catharina (Beth ?) DULLAART, geboren op 21‑09‑1902 te Hillegersberg.
9. Catharina Johanna (Catrien) DULLAART, geboren op 04‑05‑1904 te Hillegersberg.
Gehuwd (1) op 28-jarige leeftijd op 24‑08‑1932 te Hillegersberg ? Echtgenoot is Johannes Jacobus van LAAK, 31 jaar oud, chauffeur, geboren op 27‑08‑1900.
Gehuwd (2) met onbekend van OOSTEN.
10. Johanna Engelina DULLAART, winkelierster, geboren op 08‑08‑1907 te Hillegersberg, overleden 1988.
In de achterkamer begon Johanna Dullaard haar kruidenierswinkel
Eén kilo koffie, één kilo thee, vijf pond suiker, vijf pond rijst en wat witte en zwarte kussentjes – dat was de hele voorraad waarmee half mei 1891 het kruideniersbedrijfje in Terbregge startte, dat volgende week woensdag zijn 75-jarig bestaan viert. Een inventaris had het winkeltje ook: de keukentafel in het achterhuis als toonbank en een weegschaal met vier koperen gewichten.
Het plan voor deze investeringen was afkomstig van een struise Zeeuwse, Johanna van Oeffelen, die in 1887 als dienstbode van de smid in Terbregge, Arie Dullaard had ontmoet, die werkte op de korenmolen De Vier Winden aan de Rotte bij het einde van de Molenlaan. In 1888 was zij met Arie getrouwd, maar het winkeltje werd eigenlijk buiten Arie om opgezet.
Arie was namelijk juist voor herhalingsoefeningen opgeroepen gedurende veertien dagen. Dat was al de tweede keer in zijn huwelijk. De eerste keer had zijn jonge vrouw gevreesd in die tijd geen geld te kunnen krijgen, maar toen bleek, dat zowel de baas van Arie het loon van tien gulden per week doorbetaalde als ook, dat het rijk hem een kostwinnersvergoeding gaf. Die plotselinge rijkdom had Johanna de eerste keer omgezet in twee biggetjes, waar ze – handig als ze was – zelf een hok voor timmerde, terwijl haar man onder de wapenen was. De tweede keer zag ze in die dubbele inkomsten een mooie gelegenheid een zaakje op te zetten en klanten kwamen er gauw genoeg.
Arie ging na zijn afzwaaien weer normaal terug naar de molen, terwijl zijn vrouw de winkel beheerde in hun huisje vlak bij de huidige Prinses Irenebrug. Wel zorgde Arie voor de inkoop. Het personeel van de molen ging elke dinsdag met twee wagens en een schuit naar Rotterdam (Terbregge viel onder het toen nog zelfstandige Hillegersberg) om graan te halen uit de zeeschepen. De schuit werd aan het Stroveer gemeerd en met de wagens werd het graan daar naar toe gereden. Als de arbeiders
’s avonds thuis kwamen, namen zij ook tegelijkertijd de bestelling voor het winkeltje van vrouw Dullaard mee – dus vervoerskosten kwamen er niet bij. Als extra attractie zat er altijd een plak ontbijtkoek bij, die vrouw Dullaard zuinig bewaarde als tractatie bij de koffie op zondag. Later werd de omzet te groot om de inkoop nog zo te laten lopen. Arie ging dan op zaterdagavond na zijn werk – van een vijfdaagse werkweek had nog nooit iemand gehoord – naar Rotterdam lopen om in de winkels, die tot 10 uur open waren, zijn inkopen te doen. Als hij om elf uur thuis kwam, bracht hij altijd een pond gehakt mee waar het hele gezin – er waren inmiddels ook kinderen geboren – ’s zondags van at.
Toen Arie en Johanna tien jaar waren getrouwd, moesten zij hun huisje uit, omdat een zoon van de inmiddels overleden eigenaresse er in wilde wonen. Tijdelijk werd een huisje gehuurd aan het Jacobshof in Terbregge, maar daar kon het winkeltje nauwelijks draaien. Toen een paar maanden later aan de Berge Linker Rottekade 329 een oud huisje te koop kwam, rees het plan om daar in te trekken. Het geld ervoor was niet voorhanden, maar de baas van Arie en de notaris regelden dat. Aanvankelijk konden ze niet slapen in hun ‘eigen huis’ door het idee van de grote schuld die ze hadden, maar toen ze eenmaal daar waren gewend, gingen Arie en Johanna zelfs tot uitbreiding over. Ze namen een timmerman in de arm om een klein apart winkeltje aan het huis te bouwen. Daar kwamen reclameplaten van grossiers in en dat geheel trok dadelijk meer klanten.
Uitbreiding
Arie deed ook mee aan de uitbreiding van de zaak door een oude fiets te kopen. Daarmee kon hij op zaterdagavond fietsend de inkopen voor de winkel in Rotterdam halen. Vrouw en kinderen spaarden daartoe een carbidlantaarn bij elkaar, die de kapitale som van zes gulden en vijftig cent vergde.
De vertegenwoordigers kregen evenwel ook oog voor het Terbregse kruidenierszaakje en zij zorgden ervoor, dat de bestellingen met de beurtschipper werden thuisbezorgd bij vrouw Dullaard, want als de reizigers haar wel eens met mejuffrouw aanspraken, kregen zij de wind van voren, dat was een veel te hoge aanspreektitel vond de winkelierster.
Het assortiment van het winkeltje breidde zich gestadig uit. Er kwam petroleum bij en later ook tabak en sigaren. Op 62-jarige leeftijd overleed Johanna Dullaard, de zorg voor haar man overlatend aan de twee dochters die nog ongetrouwd waren. De oudste van deze twee verliet na haar huwelijk het huisje aan de Rottekade, maar de jongste, Anna woont er nu nog. Toen zijn op 19 mei 1937 trouwde met de uit Rotterdam afkomstige Hugo Nöller, kwam deze ook in de winkel.
De oude Arie Dullaard maakte op de molen zo’n zestig dienstjaren vol, maar toen verhuurde zijn baas de molen aan een ander. Deze huurder werd nog even door Arie ingewerkt, maar daarna kwam hij zonder werk. Pensioen had hij niet, alleen drie gulden ouderdomsrente. Stilzitten was niets voor Arie, dus kocht hij een oude carrier en ging hij met een paar bussen petroleum de boer op.
Hij nam ook zeep en poetsartikelen mee en dat ging allemaal aardig. Hij bediende iedereen die maar van hem wilde kopen, tot in de Bergpolder en de Nijverheidsstraat in Rotterdam-Zuid toe. Zijn klanten gaven hem veelal nog wat te eten of te drinken, zodat hij doorgaans met een volle maag thuis kwam. De oude Arie Dullaard bleef dit doen totdat hij – hij was al 82 jaar – langs de Rotte een keer in een hevige storm de macht over zijn stuur kwijt raakte en met bakfiets en al de berm in rolde.
Dat was een mooie aanleiding om er een punt achter te zetten. Zijn schoonzoon nam het rijden met olie en zeep over. Intussen bewees Arie dar hard werken niet ongezond behoeft te zijn, Hij was bijna 98 jaar oud, toen hij in mei 1962 overleed.
Zijn laatste jaren had hij gesleten in het huisje van zijn dochter en schoonzoon, het eerlang door hem en zijn vrouw gekochte pandje Bergse Linker Rottekade 329. Daar bloeit het kruideniersbedrijf nog steeds. “Huug”, zoals de heer Nöller voor klanten en kennissen heet, rijdt nog dagelijks tot in Bergschenhoek en de Hillegersbergse componistenbuurt met zijn carrier de klanten langs, terwijl zijn vrouw “tante Annie” van achter de toonbank haar klanten bedient.
De ontwikkeling van kruidenierswinkeltjes tot supermarkten is hun deur voorbij gegaan. Rijk is het gezin ook nooit geworden, maar er is altijd toch nog een klantenkring – ’s zomers versterkt door de volkstuinders aan de Terbregseweg – die de persoonlijke bediening en dienstverlening op prijs stellen. De enige concessie die de heer Nöller heeft gedaan, is dat hij zijn klanten ook “zegeltjes” geeft, maar hij is nooit toegetreden tot enige combinatie. De zaak die hij – destijds voor 124 gulden -van zijn schoonvader heeft overgenomen, is nog helemaal zijn eigen zaak en, zo verzekert hij, dat zal zijn leven lang ook blijven.
10. Johanna Engelina DULLAART, winkelierster, geboren op 08‑08‑1907 te Hillegersberg, overleden 1988. Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 19‑05‑1937 te Hillegersberg met Hugo Alwin Johan NÖLLER, 28 jaar oud, zoon van Friedrich Alwin NÖLLER, smeerder (25 jaar in dienst van de RET), en Maria Cornelia RAATS, kruidenier/melkbezorger, geboren op 24‑02‑1909 te Crooswijk.
Een stuk over Terbregge schrijven zonder even gesproken te hebben met Huug-van-het-Laagie en zijn goedlachse en hartelijke vrouw tante Anna, neen, dat kan eenvoudig niet. Het levensblijde echtpaar woont in een snoes van een wit huisje aan de Bergse Linker Rottekade. Dan wil het wel gebeuren dat de watersporters en andere toeristen in de boom klimmen om het te fotograferen.
Officieel heet Huug de heer H.J.A. Nöller. Hij is in Rotterdam geboren. Tante Anna, telg van de familie Dullaart, is Terbregs. Haar vader was maar liefst zestig jaar molenaar van “De Vier Winden”. Moeder begon, om er wat bij te verdienen, een kruidenierszaak, het allerpiepkleinste grutterijtje van heel de omgeving.
Huug Nöller en Anna Dullaart hebben elkaar op de Rotterdamse Hoogstraat leren kennen.
Huug bouwde zich in Terbregge een fikse petroleumwijk op en Anna ging uit die fijne, ouderwetse stopflessen pepermuntballen en polkabrokken verkopen. Maar ze had ook alle mogelijke comestibles.
De “ijzeren hond” van Huug, boordevol “pieterolie”, werd tot in zeer wijde omgeving “de straaljager” genoemd. Maar, die straaljager ziet men niet meer. In augustus was het allemaal afgelopen. Wie moest er nog olie? Aardgas, allemaal aardgas. En dat gas heeft Huug-van-het-Laagie de das omgedaan. Hij is weggesaneerd, maar op het eerste gezicht, treurt hij er niet zo erg om.
De woning van Huug en zijn vrouw heeft iets van een museumpje. Tante Anna wijst naar een gezellige hoek van de kamer. Dat was vroeger de bedstee: “Ik ben er geboren”. Er is een rek met oude koperen winkelgewichten en een merkflesje waarin eau de cologne werd afgemeten.
We spreken over een antiekliefhebber die veel geld overhad voor een ouderwetse “poepschop”, een schop om de gierput mee leeg te halen. We spreken over ome Diedelo, die vijftig turven voor twee kwartjes verkocht en er 48 afleverde. Weshalve hij rijk geworden is. We spraken over het stokoude Terbregse schooltje dat thans wordt gebruikt als spekzouterij – en waarin ook nog steeds mensen wonen. “Maar in 1929 stond er al een bordje ‘onbewoonbare woning’ op”, zegt ineens ’n wat grimmige Huug van het Laagie.
Uit: Het Vrije Volk van 4 januari 1973
